Wij verlaten nu voor een aantal weken het Marcusevangelie. Marcus wilde ons eigenlijk laten zien hoe Jezus herder was voor zijn volk. Maar nu neemt Johannes het over. En ook Johannes laat zien hoe Jezus voor zijn mensen zorgde. Het zou niet eerlijk zijn als we dit verhaal uit het Johannesevangelie alleen maar zouden zien als een wonder van Jezus, dat niemand na kan doen, en dus ook niemand na hoeft te doen. We zouden dan van Jezus een wonderdoener maken, die toen zijn wonderen gedaan heeft, maar die geen enkele invloed heeft op ónze maatschappij. En we zouden dan van het christendom een krachteloze, besloten godsdienstige club maken die voor de wereld geen betekenis heeft, en die door niemand serieus genomen kan worden.
Wat is er dan gebeurd? Heeft Jezus dan geen wonder gedaan? Ja, wel degelijk. En wel een veel groter wonder dan dat hij van twee broden duizend broden had gemaakt. Er was honger. En we weten wat mensen doen als er honger dreigt. Dan gaan ze hamsteren. Pakken wat je pakken kunt. Kopen wat je nog kopen kunt. Voorraden maken. Voor wie? Voor jezelf en voor je gezin. Dat deden we ook tijdens de oorlog. We kochten desnoods graan om dat in de koffiemolen te malen. En wie dat toen niet gedaan heeft was eigenlijk een stommeling, die al gauw te kort kwam. Al waren er wel mensen die zeiden: laten we dat niet doen, want als iedereen dat doet, komen we in de kortste keren tekort. Maar dat waren uitzonderingen, die hun visie duur hebben moeten betalen.
In het evangelie gaat het om honger. Er is een jongen met twee broden en vijf vissen. Belachelijk weinig. Te weinig voor die jongen. En waanzinnig weinig voor allen. U moet eens een middel verzinnen om ons mensen ons egoïsme af te leren, om ons het hamsteren af te leren, om niet alleen voor onszelf te zorgen, maar voor anderen bezorgd te zijn. En nu bedoel ik niet als wij overvloed hebben, want dan kun je nog wel iets bereiken. Maar als wij bijna niets hebben. U zou eens een middel moeten verzinnen om mensen die zelf bijna sterven van honger zover te krijgen dat ze het beetje dat ze nog hebben gaan verdelen. Dat is in strijd met alles.
Maar dat is nu juist het wonder dat Jezus deed. Hij liet die twee broden uitdelen. Hij speelde het klaar. Hij leerde mensen die aan alles gebrek hadden te delen, wat ze hadden. Hij heeft geen brood veranderd: hij heeft mensen veranderd. Dat is het grootste wonder dat denkbaar is.
En wat hij ons dit uur wil leren is precies hetzelfde. Eigenlijk is het jammer dat alleen een gewijde voorganger of speciaal aangestelde leken het Brood uitdelen. We zouden het eigenlijk allemaal moeten doen: het Brood breken en delen. Elkaar het Brood geven, voor elkaar het Brood breken. Als een repetitie voor ons dagelijks leven. Want het grootste wonder is dat brood dat gedeeld wordt zich vermenigvuldigt.





