Geen teksten gevonden
Geen documenten gevonden
[2,15] Ik vraag haar rekenschap voor de dagen die zij aan de baäls gewijd heeft, waarop zij offervuren voor hen brandde, waarop zij, gesierd met haar ringen en halstooi, haar minnaars achterna ging en Mij vergat – godsspraak van de HEER.
[2,16] En daarom lok Ik haar binnenkort weer naar Mij toe, zorg Ik dat zij naar de woestijn gaat en spreek Ik tot haar hart.
[2,17] Vervolgens geef Ik haar de wijngaarden terug en maak Ik het Achordal tot een poort van hoop. Daar zal zij weer antwoorden, zoals in de dagen van haar jeugd, toen zij optrok uit Egypte.
[2,21] Ik neem u als mijn bruid, voor altijd, als mijn bruid, in recht en gerechtigheid, in goedheid en mededogen,
[2,22] als mijn bruid, in trouw: dan zult u de HEER leren kennen.
[3,1] Beginnen wij onszelf weer aan te bevelen? Hebben wij soms aanbevelingsbrieven voor u of van u nodig zoals anderen?
[3,2] Onze brief bent u, geschreven in ons hart, maar voor iedereen te zien en te lezen,
[3,3] herkenbaar als een brief van Christus, met onze hulp opgesteld, niet met inkt geschreven maar met de Geest van de levende God, niet gegrift op stenen tafelen maar geprent in het hart van levende mensen.
[3,4] Zo groot is ons godsvertrouwen, dankzij Christus.
[3,5] Nogmaals, dit betekent niet dat wij van onszelf bekwaam zijn, zodat wij iets als ons werk in rekening kunnen brengen. Heel onze bekwaamheid komt van God.
[3,6] Hij is het die ons bekwaam heeft gemaakt om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet van de letter maar van de Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.
[2,18] De leerlingen van Johannes en de farizeeën waren aan het vasten. Men kwam Hem zeggen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de farizeeën wel, maar doen uw leerlingen dat niet?’
[2,19] Jezus zei hun: ‘Kunnen bruiloftsgasten soms vasten zolang de bruidegom bij hen is? Zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten.
[2,20] Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen, en dan, op die dag, zullen ze vasten.
[2,21] Niemand naait een lap van ongekrompen stof op een oude jas. Anders trekt het opgezette stuk eraan, nieuw aan oud, en wordt de scheur nog erger.
[2,22] Ook doet niemand jonge wijn in oude zakken. Anders doet de wijn de zakken barsten, en gaat de wijn verloren met de zakken. Nee, jonge wijn moet in nieuwe zakken.’
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40