Geen teksten gevonden
[43,18] Gedenk niet langer wat vroeger gebeurd is en geef niet al uw aandacht aan wat eens is geschied;
[43,19] zie, Ik ga iets nieuws maken, het is al aan het kiemen, weet u dat niet? Ik ga een weg leggen in de woestijn, en rivieren in het dorre land.
[43,21] Het volk dat Ik voor Mij heb gevormd, zal mijn lof verkondigen.
[43,22] U hebt Mij niet geroepen, Jakob, u hebt zich om Mij niet moe gemaakt, o Israël.
[43,24] U hebt uw zilver niet besteed aan welriekend kruid ter ere van Mij, noch hebt u Mij met het vet van uw offers verzadigd. U hebt Mij slechts de last van uw zonden opgedrongen en Mij met uw misdaden moe gemaakt.
[43,25] Toch wis Ik, en niemand anders, uw weerspannige daden uit om wat Ik ben en Ik zal uw zonden niet langer voor ogen houden.
[1,18] God zelf verzekert: het woord dat wij tot U spreken, is niet tegelijk ja en nee.
[1,19] De Zoon van God, Jezus Christus, die door ons onder u is verkondigd, door mij en Silvanus en Timoteüs, Hij was niet ja en nee; in Hem was slechts ja,
[1,20] want alle beloften van God zijn in Hem bevestigd. Daarom zeggen wij door Hem ook amen, tot eer van God.
[1,21] En God zelf heeft ons samen met u in Christus bevestigd en ons gezalfd.
[1,22] Hij heeft op ons zijn zegel gedrukt en ons de Geest als onderpand gegeven.
[2,1] Toen Hij enkele dagen later weer in Kafarnaüm kwam, hoorde men dat Hij thuis was.
[2,2] Er liepen zoveel mensen te hoop dat ze zelfs niet meer bij de deur konden komen, en Hij sprak hen toe.
[2,3] Ze kwamen een verlamde bij Hem brengen, door vier man gedragen.
[2,4] Omdat ze de man niet bij Hem konden krijgen vanwege de menigte, haalden ze de dakbedekking weg boven zijn hoofd, en toen ze een opening gemaakt hadden, lieten ze het bed waar de verlamde op lag, zakken.
[2,5] Bij het zien van hun vertrouwen zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
[2,6] Nu zaten daar een paar schriftgeleerden die hun bedenkingen hadden:
[2,7] ‘Hoe kan die man zoiets zeggen? Hij lastert God. Wie anders dan de enige God kan zonden vergeven?’
[2,8] Jezus doorzag meteen dat ze deze bezwaren hadden en zei tegen hen: ‘Waarom hebt u eigenlijk bezwaren?
[2,9] Wat is eenvoudiger? Tegen de verlamde zeggen: “Uw zonden worden vergeven”, of zeggen: “Sta op en pak uw bed en loop?”
[2,10] Maar opdat u weet dat de Mensenzoon bevoegd is om op aarde zonden te vergeven ’, zei Hij, nu tegen de verlamde:
[2,11] ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
[2,12] En hij stond op, pakte meteen zijn bed en ging weg voor het oog van iedereen, zodat ze allemaal verrukt waren en God verheerlijkten. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40