Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home B-cyclus Door het jaar 2e-9e zondag 2e zondag 2e zondag door het jaar (B)
Liturgische kalender: 2e zondag door het jaar (B)

Preken op de site

Vieringen op de site

Geen teksten gevonden

Vieringen om de downloaden

OVERZICHT

Eerste lezing: 1Sam. 3,3-10.19

[3,3] De lamp van God was nog niet gedoofd, en Samuël lag te slapen in het heiligdom van de HEER, waar de ark van God stond.

[3,4] Toen riep de HEER: ‘Samuël!’ Samuël antwoordde: ‘Hier ben ik.’

[3,5] Hij liep haastig naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb niet geroepen; ga maar weer slapen.’ En hij ging en legde zich te slapen.

[3,6] Toen riep de HEER opnieuw: ‘Samuël!’ Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’ Eli antwoordde: ‘Ik heb niet geroepen, mijn jongen; ga maar weer slapen.’

[3,7] Samuël kende de HEER nog niet: een woord van de HEER was hem nog nooit geopenbaard.

[3,8] En weer riep de HEER Samuël; nu voor de derde keer. Samuël stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt mij toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de HEER was die de jongen riep.

[3,9] En hij zei tegen Samuël: ‘Ga slapen, en mocht Hij je roepen, dan moet je zeggen: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.” ’ Samuël ging dus weer op zijn gewone plaats slapen.

[3,10] Toen kwam de HEER bij hem staan en riep, evenals de vorige keren: ‘Samuël, Samuël!’ En Samuël antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’

[3,19] Samuël groeide op; de HEER was met hem en liet niet één van zijn woorden onvervuld.

Tweede lezing: 1 Kor. 6,13-15.17-20

Evangelie: Joh. 1,35-42

[1,35] De volgende dag was Johannes daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem.

[1,36] Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: ‘Daar is het lam van God.’

[1,37] De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus.

[1,38] Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan: ‘Zoeken jullie iets?’ Ze zeiden: ‘Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?’

[1,39] Hij antwoordde: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield. En ze verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur.

[1,40] Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd.

[1,41] De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. ‘We hebben de Messias gevonden!’ zei hij. (Messias betekent: gezalfde.)

[1,42] Daarop bracht hij hem bij Jezus. Jezus richtte zijn blik op hem en zei: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes; voortaan zul je Kefas heten.’ (Dat betekent: rots).



< terug naar overzicht

2e zondag door het jaar (B)

Aanmelden

Wie is online?

Geen