Geen teksten gevonden
[8,5] Zo kwam Filippus in de stad Samaria en predikte hun de Messias.
[8,6] Als ze hem hoorden spreken en de tekenen zagen die hij verrichtte, was iedereen in de ban van Filippus’ woorden.
[8,7] Want velen van hen die onreine geesten hadden – onder luid geschreeuw gingen ze eruit, en vele verlamden en kreupelen werden genezen.
[8,8] Daarover ontstond grote vreugde in die stad.
[8,9] Al eerder had een zekere Simon in die stad magie bedreven en de bevolking van Samaria versteld laten staan. Hij zei van zichzelf dat hij een groot man was,
[8,10] en iedereen van groot tot klein was op zijn hand. Ze zeiden: ‘Dit is nu de grote kracht van God.’
[8,11] Ze waren op zijn hand omdat ze telkens weer versteld stonden van zijn magische kunsten.
[8,12] Maar toen ze Filippus gingen geloven, die hun de goede boodschap bracht van Gods koningschap en de naam van Jezus Christus, lieten ze zich dopen, mannen zowel als vrouwen.
[8,13] Ook Simon zelf kwam tot geloof en bleef na zijn doop voortdurend bij Filippus; hij stond versteld van de tekenen en machtige daden die hij zag gebeuren.
[8,14] Toen de apostelen in Jeruzalem hoorden dat Samaria het woord van God had aanvaard, stuurden ze Petrus en Johannes naar hen toe.
[8,15] Zij gingen daarheen en baden voor hen dat ze de heilige Geest mochten ontvangen,
[8,16] want die was nog op niemand van hen neergedaald. Ze waren alleen gedoopt in de naam van de Heer Jezus.
[8,17] Daarop legden ze hun de handen op en zij ontvingen de heilige Geest.
[3,15] heilig in uw hart Christus als de Heer, altijd bereid tot verantwoording aan ieder die rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft.
[3,16] Maar doe het met zachtmoedigheid en respect, en vanuit een zuiver geweten. Dan zullen die honers van uw goede christelijke levenswandel beschaamd staan met hun laster.
[3,17] Het is beter te lijden voor het goede dat men doet, zo God dat wil, dan voor het kwaad dat men bedrijft.
[3,18] Ook Christus heeft eens en voorgoed geleden voor de zonden, de rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om u tot God te brengen. Hij is gedood naar het lichaam, maar tot leven gewekt door de Geest.
[14,15] Als jullie Mij liefhebben, zul je ter harte nemen wat Ik jullie opdraag.
[14,16] En Ik zal de Vader vragen jullie een andere Helper te geven, die voor altijd met jullie zal zijn,
[14,17] de Geest van de waarheid. De wereld kan Hem niet ontvangen, omdat ze Hem niet ziet en ook niet kent; jullie kennen Hem wel, want Hij blijft bij jullie en zal in jullie zijn.
[14,18] Ik laat jullie dus niet verweesd achter: Ik kom bij jullie terug.
[14,19] Want nog maar een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, terwijl jullie Mij wel zullen zien, want evenals Ikzelf zullen ook jullie leven.
[14,20] Op die dag zul je inzien dat Ik in mijn Vader ben, en dat jullie in Mij zijn zoals Ik in jullie ben.
[14,21] Wie zich aan mijn opdracht gebonden weet en haar ter harte neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft zal ondervinden hoe de Vader hém liefheeft, en ook Ik zal hem liefhebben en Mij aan hem openbaren.’
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40