Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home A-cyclus Pasen 4e zondag 4e zondag in de paastijd (A)
Liturgische kalender: 4e zondag in de paastijd (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Vieringen om de downloaden

OVERZICHT

Eerste lezing: Hand. 2,14-41

[2,14] Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden!

[2,15] Want deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt – het is trouwens pas het derde uur van de dag –

[2,16] maar hier gebeurt wat gezegd is door de profeet Joël:

[2,17] En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik mijn Geest zal uitgieten over alle mensen; uw zonen en uw dochters zullen profeteren, de jongeren onder u zullen visioenen zien en de ouderen zullen dromen dromen;

[2,18] ja, over mijn dienaren en mijn dienaressen zal Ik in die dagen mijn Geest uitgieten, en zij zullen profeteren.

[2,19] Ik zal wonderen verrichten aan de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en walmende rook.

[2,20] De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de dag van de Heer komt, de grote en stralende dag.

[2,21] Dan zal het gebeuren dat ieder die de naam van de Heer aanroept, gered zal worden.

[2,22] Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.

[2,23] Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht.

[2,24] Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.

[2,25] David zegt immers over Hem: Steeds hield ik mij de Heer voor ogen, want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.

[2,26] Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong, ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen,

[2,27] want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien.

[2,28] U hebt mij wegen ten leven gewezen en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.

[2,29] Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen dat hij gestorven en begraven is; tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons.

[2,30] Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op zijn troon,

[2,31] sprak hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias: dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten en zijn lichaam geen bederf zou zien.

[2,32] God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen.

[2,33] Verhoogd aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgegoten; en dat is wat u ziet en hoort.

[2,34] David is immers niet ten hemel opgestegen; zelf zegt hij juist: De Heer heeft tot mijn Heer gezegd: Ga zitten aan mijn rechterhand,

[2,35] totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd.

[2,36] Dus moet heel het huis Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld, deze Jezus, die u hebt gekruisigd.’

[2,37] Toen zij dit hoorden kromp hun hart ineen en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten wij doen, broeders?’

[2,38] Petrus zei tegen hen: ‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen.

[2,39] De belofte geldt immers voor u en uw kinderen, en voor allen ver weg, die de Heer onze God erbij zal roepen.’

[2,40] Met nog vele andere woorden getuigde hij, en hij spoorde hen aan met de woorden: ‘Laat u redden uit dit ontaarde geslacht!’

[2,41] Zij die zijn woord aannamen, lieten zich dopen; en op die dag sloten zich ongeveer drieduizend mensen aan.

Tweede lezing: 1 Petr. 2, 20-25

[2,20] Wat voor bijzonders is het om slagen te verdragen die men verdiend heeft? Maar geduldig verdragen dat u te lijden hebt vanwege uw goede daden, dát is het wat God behaagt.

[2,21] En het is ook uw roeping, want Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; u moet in zijn voetstappen treden.

[2,22] Hij heeft geen zonde gedaan en in zijn mond is geen bedrog gevonden.

[2,23] Als Hij uitgescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.

[2,24] In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij afsterven aan de zonden en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen bent u genezen.

[2,25] Want u was verdwaald als schapen, maar nu bent u bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.

Evangelie: Joh. 10,1-10

[10,1] Waarachtig, Ik verzeker u: wie niet door de deur de hof van de schapen binnenkomt, maar naar binnen klimt op een andere plaats, kan alleen maar een dief zijn en een bandiet.

[10,2] Wie wel door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen.

[10,3] Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem. Zijn schapen roept hij ieder bij zijn naam, en hij brengt ze naar buiten.

[10,4] En als hij zijn schapen allemaal naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen.

[10,5] Een vreemde echter zullen ze nooit volgen; integendeel, ze gaan voor hem op de vlucht, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.’

[10,6] In deze versluierende taal sprak Jezus hen toe, maar ze begrepen niet wat Hij hun te zeggen had.

[10,7] Jezus ging dus verder: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: Ik ben de deur voor de schapen.

[10,8] Al degenen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en bandieten, naar hen hebben de schapen niet geluisterd.

[10,9] Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered worden: die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden.

[10,10] Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed.



< terug naar overzicht

4e zondag in de paastijd (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen