Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home A-cyclus Pasen 3e zondag 3e zondag in de paastijd (A)
Liturgische kalender: 3e zondag in de paastijd (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Geen teksten gevonden

Vieringen om de downloaden

OVERZICHT

Eerste lezing: Hnd. 2,14.22-28

[2,14] Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden!

[2,22] Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.

[2,23] Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht.

[2,24] Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.

[2,25] David zegt immers over Hem: Steeds hield ik mij de Heer voor ogen, want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.

[2,26] Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong, ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen,

[2,27] want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien.

[2,28] U hebt mij wegen ten leven gewezen en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.

Tweede lezing: 1 Petr. 1,17-21

[1,17] Degene die u als Vader aanroept, is ook de onpartijdige rechter over al onze daden; heb daarom ontzag voor Hem, zolang u hier in ballingschap leeft.

[1,18] U weet dat u niet door vergankelijke dingen, zoals goud en zilver, bent verlost uit het zinloze bestaan dat u van uw vaderen hebt geërfd.

[1,19] U bent verlost door het kostbaar bloed van Christus, het lam zonder vlek of gebrek,

[1,20] dat uitverkoren was vóór de grondlegging van de wereld, maar pas op het einde van de tijden is verschenen, omwille van u.

[1,21] Door Hem gelooft u in God, die Hem uit de doden heeft opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God.

Evangelie: Lc. 24,13-35

[24,13] Juist op die dag waren twee van hen op weg naar het dorp Emmaüs, dat zestig stadiën van Jeruzalem ligt.

[24,14] Ze spraken met elkaar over alles wat voorgevallen was.

[24,15] Terwijl ze met elkaar in discussie waren, voegde Jezus zelf zich bij hen en liep met hen mee.

[24,16] Maar hun ogen waren niet bij machte Hem te herkennen.

[24,17] Hij sprak tot hen: ‘Waarover lopen jullie zo druk met elkaar te praten?’ Met sombere gezichten bleven ze staan.

[24,18] Een van hen, die Kleopas heette, gaf Hem ten antwoord: ‘Bent U dan de enige inwoner van Jeruzalem die niet weet wat daar de afgelopen dagen is gebeurd?’

[24,19] ‘Wat dan?’ vroeg Hij. Ze zeiden Hem: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret. Hij was een profeet, machtig in woord en daad in de ogen van God en van heel het volk.

[24,20] Onze hogepriesters en leiders hebben Hem overgeleverd om Hem ter dood te laten veroordelen, en ze hebben Hem zelfs gekruisigd.

[24,21] En wij hadden zo gehoopt dat Hij het was die Israël zou verlossen, maar inmiddels is het al de derde dag sinds dat gebeurd is.

[24,22] Wel hebben enkele vrouwen uit onze kring ons versteld doen staan. Die waren vanmorgen vroeg naar het graf gegaan

[24,23] en toen ze zijn lichaam daar niet aantroffen, kwamen ze terug met het verhaal dat ze ook nog een verschijning hadden gehad van engelen die zeiden dat Hij leeft.

[24,24] Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan en het bleek zo te zijn als de vrouwen gezegd hadden, maar Hem hebben ze niet gezien.’

[24,25] Toen zei Hij tot hen: ‘Wat zijn jullie toch onverstandig en traag van begrip als het gaat om het geloof in alles wat de profeten hebben gezegd!

[24,26] Moest de Messias niet zo lijden en dan zijn heerlijkheid binnengaan?’

[24,27] En Hij legde hun uit wat in heel de Schrift op Hemzelf betrekking had, te beginnen bij Mozes en alle Profeten.

[24,28] Toen ze bij het dorp kwamen waar ze moesten zijn, deed Hij alsof Hij verder wilde gaan.

[24,29] Maar met aandrang vroegen ze: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt al ten einde.’ Toen ging Hij mee naar binnen om bij hen te blijven.

[24,30] Eenmaal met hen aan tafel nam Hij het brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun.

[24,31] Nu gingen hun de ogen open en ze herkenden Hem, maar meteen was Hij uit hun gezicht verdwenen.

[24,32] Ze zeiden tegen elkaar: ‘Was het niet hartverwarmend zoals Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons opende?’

[24,33] Meteen stonden ze van tafel op en gingen terug naar Jeruzalem; daar vonden ze de elf en hun metgezellen bijeen.

[24,34] Die zeiden: ‘Waarachtig, de Heer is opgewekt, aan Simon is Hij verschenen.’

[24,35] Toen vertelden zij wat er onderweg was gebeurd en hoe ze Hem hadden herkend bij het breken van het brood.



< terug naar overzicht

3e zondag in de paastijd (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen