Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Liturgische kalender: Christus Koning (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Vieringen om de downloaden

OVERZICHT

Eerste lezing: Ez. 34,11-12.15-17

[34,11] Want, zo spreekt de Heer GOD, Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en ervoor zorgen.

[34,12] Zoals een herder omziet naar zijn schapen als die verdwaald zijn, zo zal Ik omzien naar mijn schapen en ze veilig terugbrengen van alle plaatsen waar ze verstrooid zijn geraakt op de dag van wolken en dichte duisternis.

[34,15] Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen – godsspraak van de Heer GOD.

[34,16] Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke dier sterken, maar de vette en sterke dieren verdelgen; Ik zal ze weiden zoals het hoort.

[34,17] U, mijn schapen, zo spreekt de Heer GOD, Ik ga rechtspreken tussen het ene schaap en het andere. Aan de rammen en de bokken:

Tweede lezing: 1 Kor. 15,20-26.28

[15,20] Maar zo is het niet! Christus is opgestaan uit de doden, als eersteling van hen die ontslapen zijn.

[15,21] Want omdat de dood er is door een mens, is de opstanding van de doden er ook door een mens.

[15,22] Zoals allen sterven in Adam, zullen ook allen in Christus herleven.

[15,23] Maar ieder in zijn eigen rangorde: als eersteling Christus, vervolgens, bij zijn komst, zij die Christus toebehoren.

[15,24] Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader zal overdragen, na alle heerschappij en macht en kracht te hebben onttroond.

[15,25] Want Hij moet het koningschap uitoefenen, tot Hij zijn voet heeft gezet op al zijn vijanden.

[15,26] En de laatste vijand die uitgeschakeld wordt, is de dood.

[15,28] En wanneer alles aan Hem onderworpen is, dan zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan degene die alles aan Hem onderwierp. Zo zal God alles in alles zijn.

Evangelie: Mt. 25,31-46

[25,31] Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid.

[25,32] Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.

[25,33] De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand.

[25,34] Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt.

[25,35] Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen.

[25,36] Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.”

[25,37] Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven?

[25,38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed?

[25,39] Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?”

[25,40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.”

[25,41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen.

[25,42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven,

[25,43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.”

[25,44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?”

[25,45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.”

[25,46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’



< terug naar overzicht

Christus Koning (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen