Geen teksten gevonden
[31,10] Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Haar waarde gaat die van koralen ver te boven! bet
[31,11] Het hart van haar man vertrouwt op haar en het zal hem aan winst niet ontbreken. gimel
[31,12] Zij brengt hem geluk, geen ongeluk, alle dagen van haar leven. dalet
[31,13] Zij zoekt zorgvuldig wol en linnen uit en werkt ermee tot genoegen van haar handen. he
[31,19] Zij strekt de handen uit naar het spinrokken en houdt de weefspoel in haar vingers. kaf
[31,20] Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar armen uit naar de misdeelde. lamed
[31,30] Bevalligheid is bedrieglijk, schoonheid vluchtig, maar een vrouw die de HEER vreest, moet worden geroemd. taw
[31,31] Bejubel haar om de vrucht van haar handen en roem haar in de poorten om haar werken.
[25,14] Het is als met iemand die naar het buitenland ging. Hij riep zijn slaven bij zich en vertrouwde hun zijn bezit toe.
[25,15] Aan de een gaf hij vijf talenten, aan een ander twee en aan een derde één, overeenkomstig ieders bekwaamheid. En hij vertrok naar het buitenland.
[25,16] Degene die de vijf talenten gekregen had, ging er meteen mee handelen en verdiende er nog vijf bij.
[25,17] Zo verdiende ook die er twee gekregen had er nog twee bij.
[25,18] Maar die er één gekregen had, ging een gat in de grond graven en stopte daar het geld van zijn heer in.
[25,19] Na lange tijd kwam de heer van die slaven terug en hield afrekening met hen.
[25,20] Degene die de vijf talenten gekregen had, kwam naar voren met nog vijf talenten en zei: “Vijf talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog vijf talenten bij verdiend.”
[25,21] Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer.”
[25,22] Ook degene die de twee talenten gekregen had, kwam naar voren en zei: “Twee talenten, heer, had u me toevertrouwd. Kijk, ik heb er nog twee bijverdiend.”
[25,23] Zijn heer zei tegen hem: “Uitstekend, goede en trouwe slaaf, in het kleine ben je betrouwbaar geweest, over veel zal ik je aanstellen. Kom delen in de vreugde van je heer.”
[25,24] Ook degene die het ene talent had gekregen, kwam naar voren en zei: “Heer, ik heb u leren kennen als een streng man; u oogst waar u niet hebt gezaaid en u haalt binnen waar u niet hebt uitgestrooid.
[25,25] Uit angst heb ik uw talent in de grond gestopt. Kijk, hier hebt u uw eigendom terug.”
[25,26] Maar zijn heer antwoordde hem: “Slechte, lamlendige slaaf, je wist dat ik oogst waar ik niet heb gezaaid en binnenhaal waar ik niet heb uitgestrooid.
[25,27] Je had dus mijn geld op de bank moeten zetten. Dan had ik het bij mijn komst met rente teruggekregen.
[25,28] Neem hem daarom het talent af en geef het aan hem die de tien talenten heeft.
[25,29] Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden en wel overvloedig. Maar aan degene die niet heeft, zal zelfs nog ontnomen worden wat hij heeft.
[25,30] Werp die nutteloze slaaf in de uiterste duisternis.” Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40