Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Liturgische kalender: 31e zondag door het jaar (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Geen teksten gevonden

Vieringen om de downloaden

Geen documenten gevonden

Eerste lezing: Wijsh. 3,1-9

[3,1] De zielen van de rechtvaardigen echter zijn in Gods hand en geen foltering zal hen raken.

[3,2] In de ogen van de dwazen schenen zij dood te zijn en hun heengaan werd als een onheil beschouwd;

[3,3] hun verdwijnen uit ons midden als een vernietiging. Zij zijn echter in vrede.

[3,4] Ook al worden zij naar de mening van de mensen gestraft, zij zijn vervuld van de hoop op onsterfelijkheid.

[3,5] Na een korte tuchtiging zullen zij een grote weldaad ontvangen, omdat God hen op de proef heeft gesteld en bevonden heeft dat zij Hem waardig zijn.

[3,6] Als goud in de smeltkroes heeft Hij hen gekeurd; als een brandoffer heeft Hij hen aanvaard.

[3,7] Wanneer dan de tijd van hun oordeel komt, zullen zij branden en als vlammen door een stoppelveld jagen.

[3,8] Zij zullen rechtspreken over de volksstammen en heersen over de volken en de Heer zal hun koning zijn, in eeuwigheid.

[3,9] Zij die op Hem vertrouwen zullen de waarheid begrijpen en zij die trouw zijn zullen in liefde bij Hem zijn, want genade en barmhartigheid vallen zijn uitverkorenen ten deel.

Tweede lezing: Rom. 6,3-9

[6,3] Weet u niet dat wij door de doop, die ons één heeft gemaakt met Christus Jezus, delen in zijn dood?

[6,4] Door de doop in zijn dood zijn wij met Hem begraven, opdat ook wij, zoals Christus door de macht van zijn Vader uit de doden is opgewekt, een nieuw leven zouden gaan leiden.

[6,5] Want indien wij als het ware vergroeid zijn met zijn dood, moeten wij Hem ook volgen in zijn opstanding,

[6,6] in de overtuiging dat onze oude mens met Hem gekruisigd is. Daardoor is aan het bestaan in de zonde een einde gekomen, zodat wij niet langer dienstbaar zijn aan de zonde.

[6,7] Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.

[6,8] Indien wij met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven.

[6,9] Want wij weten dat Christus, eenmaal uit de doden opgewekt, niet meer sterft: de dood heeft geen macht meer over Hem.

Evangelie: Mt. 25,31-46

[25,31] Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid.

[25,32] Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt.

[25,33] De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand.

[25,34] Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt.

[25,35] Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen.

[25,36] Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.”

[25,37] Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven?

[25,38] Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed?

[25,39] Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?”

[25,40] De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.”

[25,41] Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen.

[25,42] Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven,

[25,43] Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.”

[25,44] Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?”

[25,45] Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.”

[25,46] Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’



< terug naar overzicht

31e zondag door het jaar (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen