Geen teksten gevonden
[45,1] Zo spreekt de HEER tot Kores, zijn gezalfde, die Ik bij de rechterhand heb genomen, om volken voor hem neer te leggen, koningen de gordels van de heupen te rukken, en voor hem de deuren te ontsluiten, zonder dat een poort gesloten blijft:
[45,4] Omwille van Jakob mijn dienstknecht, om Israël mijn uitverkorene, heb Ik u bij uw naam geroepen, u een erenaam gegeven – en u kende Mij niet.
[45,5] Ik ben de HEER en niemand anders, buiten Mij is er geen god; Ik omgord u – en u kent Mij niet.
[45,6] Zo zullen zij erkennen, van de opgang van de zon tot aan haar ondergang, dat er niemand anders is dan Ik alleen: Ik ben de HEER, en niemand anders.
[22,15] Toen gingen de farizeeën weg en maakten plannen om Hem in zijn redenering te verstrikken.
[22,16] Ze stuurden hun leerlingen op Hem af, samen met de herodianen. Die zeiden: ‘Meester, we weten dat U een waarheidslievend man bent en naar waarheid onderricht geeft over de weg van God, en U door niemand laat beïnvloeden, want U ziet geen mens naar de ogen.
[22,17] Zeg ons dan wat U hiervan vindt: mag men belasting betalen aan de keizer of niet?’
[22,18] Maar Jezus, die hun kwalijke opzet doorzag, zei: ‘Waarom stelt u Me op de proef, huichelaars?
[22,19] Laat Mij eens een belastingmunt zien.’ Ze gaven Hem een denarie.
[22,20] Hij zei hun: ‘Van wie is die afbeelding en het opschrift?’
[22,21] Ze zeiden hem: ‘Van de keizer.’ Daarop zei Hij tegen hen: ‘Geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is.’
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40