[18,25] Hier brengt u tegenin: “De weg van de Heer is niet recht!” Luister toch, volk van Israël: Zou mijn weg niet recht zijn? Zijn het niet eerder uw wegen die niet recht zijn?
[18,26] Als een rechtvaardige afwijkt van de weg van gerechtigheid en kwaad gaat doen, zal hij om die reden sterven; vanwege het kwaad dat hij gedaan heeft zal hij sterven.
[18,27] En als de goddeloze zich bekeert van de zonden die hij gedaan heeft en naar recht en wet handelt, dan blijft hij in leven.
[18,28] Hij is tot beter inzicht gekomen en heeft gebroken met zijn wangedrag; hij zal in leven blijven en niet sterven.
[2,1] Als dus vermaning in Christus en liefdevolle bemoediging, gemeenschap van Geest, hartelijkheid en mededogen u iets zeggen,
[2,2] maak mijn vreugde dan volledig door uw eenheid van denken, uw eenheid in de liefde, uw saamhorigheid en eensgezindheid.
[2,3] Geef niet toe aan partijzucht en ijdelheid, maar beschouw in alle nederigheid de ander als hoger dan uzelf.
[2,4] Laat niemand alleen zijn eigen belangen behartigen, maar ook die van de anderen.
[2,5] Die gezindheid moet onder u heersen die ook in Christus Jezus was:
[2,6] Hij die bestond in de gestalte van God heeft er zich niet aan willen vastklampen gelijk aan God te zijn.
[2,7] Hij heeft zichzelf ontledigd en de gestalte van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen
[2,8] heeft Hij zich vernederd; Hij werd gehoorzaam tot de dood, de dood aan een kruis.
[2,9] Daarom ook heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam verleend die boven alle namen staat,
[2,10] opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen, in de hemel, op aarde en onder de aarde,
[2,11] en iedere tong zou belijden tot eer van God, de Vader: de Heer, dat is Jezus Christus.
[21,28] Maar wat denkt u hiervan? Iemand had twee zonen. En hij ging naar de eerste en zei: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard werken.”
[21,29] Hij antwoordde: “Nee, ik wil niet.” Later bedacht hij zich en ging toch.
[21,30] Toen ging hij naar de tweede en zei hetzelfde. Die antwoordde: “Goed, heer.” Maar hij ging niet.
[21,31] Wie van de twee heeft de wil van de vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Jezus zei hun: ‘Ik verzeker u, tollenaars en hoeren gaan u voor naar het koninkrijk van God.
[21,32] Toen Johannes naar u toe kwam op de weg van de gerechtigheid, hebt u hem geen geloof geschonken. De tollenaars en de hoeren hebben hem wel geloof geschonken. Maar u hebt zich ook later, toen u dat zag, niet bedacht en hem geen geloof geschonken.
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40