Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Liturgische kalender: 25e zondag door het jaar (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Vieringen om de downloaden

OVERZICHT

Eerste lezing: Jes. 55,6-9

[55,6] Zoek de HEER, nu Hij te vinden is, roep Hem aan: Hij is dichtbij.

[55,7] De goddeloze moet zijn weg verlaten, de boosdoener zijn gedachten, en terugkeren naar de HEER, die zich over hem ontfermen zal; naar onze God, want Hij vergeeft rijkelijk.

[55,8] Want uw gedachten zijn niet mijn gedachten, en mijn wegen zijn niet uw wegen – godsspraak van de HEER.

[55,9] Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo gaan ook mijn wegen uw wegen te boven, en mijn gedachten uw gedachten.

Tweede lezing: Fil. 1, 20-27

[1,20] Het is mijn stellige verwachting en mijn hoop dat ik in niets beschaamd zal staan, maar dat in de volle openbaarheid, zoals altijd, ook nu Christus zal worden verheerlijkt in mijn lichaam, of ik nu levend ben of dood.

[1,21] Want voor mij is leven Christus en sterven winst.

[1,22] Maar als blijven leven betekent dat ik vruchtbaar kan werken, dan zou ik niet weten wat ik moet kiezen.

[1,23] Ik word naar twee kanten getrokken: ik heb het verlangen heen te gaan en met Christus te zijn, want dat is verreweg het beste.

[1,24] Maar voor u is het nuttiger dat ik nog blijf leven.

[1,25] En omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik zal blijven leven en bij u allen zal blijven voor uw vooruitgang en geloofsvreugde.

[1,26] Dan zult u nog meer reden hebben om trots te zijn op mij in Christus Jezus, wanneer ik weer bij u ben.

[1,27] Maar u moet wel een leven leiden dat het evangelie van Christus waardig is. Dan zal ik, als ik u kom bezoeken, met eigen ogen zien of, als ik ver van u af ben, over u horen, dat u vast staat in één geest en eensgezind strijdt voor het geloof in het evangelie,

Evangelie: Mt. 20,1-16

[20,1] Want met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een landeigenaar die ’s morgens heel vroeg eropuit ging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.

[20,2] Hij werd het met de arbeiders eens over een denarie per dag en stuurde hen naar zijn wijngaard.

[20,3] Toen hij rond het derde uur eropuit ging, zag hij nog andere mensen zonder werk op het marktplein staan.

[20,4] Hij zei tegen hen: “Ga ook naar mijn wijngaard, en ik zal betalen wat billijk is.”

[20,5] En ze gingen. Rond het zesde en het negende uur ging hij weer en deed precies zo.

[20,6] Toen hij rond het elfde uur eropuit ging, zag hij nog andere mensen staan, en hij zei tegen hen: “Waarom staan jullie hier de hele dag zonder werk?”

[20,7] Ze antwoordden hem: “Omdat niemand ons gehuurd heeft.” Waarop hij tegen hen zei: “Ga ook naar mijn wijngaard.”

[20,8] Toen het avond was geworden, zei de eigenaar van de wijngaard tegen zijn opzichter: “Roep de arbeiders en betaal hun het loon uit, de laatsten het eerst.”

[20,9] De arbeiders van het elfde uur kregen ieder een denarie.

[20,10] De eersten verwachtten toen dat ze meer zouden krijgen. Maar ook zij kregen ieder een denarie.

[20,11] Ze namen hem aan, maar mopperden tegen de landeigenaar:

[20,12] “Die laatsten daar hebben één uur gewerkt, en u stelt hen gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte gedragen hebben.”

[20,13] Maar hij gaf een van hen ten antwoord: “Vriend, ik doe je geen onrecht. We waren het toch eens geworden voor een denarie?

[20,14] Pak je geld maar aan, en ga. Ik wil die laatste evenveel geven als jou.

[20,15] Of mag ik niet met het mijne doen wat ik wil? Of ben jij jaloers omdat ik goed ben?”

[20,16] Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.’



< terug naar overzicht

25e zondag door het jaar (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen