Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Liturgische kalender: 24e zondag door het jaar (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Geen teksten gevonden

Vieringen om de downloaden

Geen documenten gevonden

Eerste lezing: Sir. 27,30-28,7

[27,30] Ook wrok en woede zijn iets afschuwelijks: alleen een zondaar blijft ermee lopen.

[28,1] Wie wraak neemt, zal de wraak van de Heer voelen: Hij zal zijn zonden nooit uit het oog verliezen.

[28,2] Vergeef je naaste zijn onrecht: dan worden, wanneer je erom bidt, jouw eigen zonden kwijtgescholden.

[28,3] Kan een mens die tegenover een medemens in zijn woede volhardt, bij de Heer zijn heil komen zoeken?

[28,4] Kan hij die onverbiddelijk is voor zijn medemens, om vergeving bidden voor zijn eigen zonden?

[28,5] Als iemand die zelf maar een mens is, in zijn wrok volhardt, wie zal dan verzoening bewerken voor zijn zonden?

[28,6] Denk aan het einde en houd op met haten; denk aan de ondergang en de dood en houd je aan de geboden.

[28,7] Denk aan de geboden en koester geen wrok tegen je naaste; denk aan het verbond met de Allerhoogste en zie door de vingers wat maar onwetendheid is.

Tweede lezing: Rom. 14,7-9

[14,7] Niemand van ons leeft immers voor zichzelf alleen, en niemand sterft voor zichzelf alleen.

[14,8] Zolang wij leven, leven wij voor de Heer, en sterven wij, dan sterven wij voor de Heer: of wij leven of sterven, Hem behoren wij toe.

[14,9] Daarvoor is Christus gestorven en weer levend geworden: om Heer te zijn over doden en levenden.

Evangelie: Mt. 18,21-35

[18,21] Toen kwam Petrus bij Hem en zei: ‘Heer, hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven als hij mij iets misdoet? Tot zeven keer toe?’

[18,22] Jezus zei hem: ‘Niet tot zeven keer toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven keer toe.

[18,23] In dit opzicht gaat het met het koninkrijk der hemelen als met een koning die met zijn dienaren afrekening wilde houden.

[18,24] Toen hij begonnen was met afrekenen, werd er iemand bij hem gebracht die een schuld had van tienduizend talenten.

[18,25] Omdat hij niet kon betalen, gaf de heer het bevel om hem met vrouw en kinderen en alles wat hij had te verkopen, zodat hij zou kunnen betalen.

[18,26] Daarop viel de dienaar voor hem neer en vroeg: “Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen.”

[18,27] De heer kreeg met die dienaar te doen en liet hem vrij, en hij schold hem het geleende geld kwijt.

[18,28] Toen die dienaar buiten kwam, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd denariën schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal wat je me schuldig bent.”

[18,29] Daarop viel zijn mededienaar voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, en ik zal je betalen.”

[18,30] Dat wilde hij niet, integendeel, hij liet hem zelfs gevangenzetten tot hij het verschuldigde bedrag betaald zou hebben.

[18,31] Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij buitengewoon ontstemd en gingen alles wat er gebeurd was aan hun heer vertellen.

[18,32] Toen riep zijn heer hem bij zich en zei: “Jij slechte dienaar, ik heb je heel die schuld kwijtgescholden, toen je mij daarom smeekte.

[18,33] Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”

[18,34] En zijn heer werd zo kwaad, dat hij hem overleverde aan de beulen, totdat hij heel zijn schuld zou hebben terugbetaald.

[18,35] Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen, als niet ieder van jullie zijn broeder van ganser harte vergeeft.’



< terug naar overzicht

24e zondag door het jaar (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen