Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home A-cyclus Door het jaar 10e-21e zondag 19e zondag 19e zondag door het jaar (A)
Liturgische kalender: 19e zondag door het jaar (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Vieringen om de downloaden

OVERZICHT

Eerste lezing: 1 Kon. 19,9-13

[19,9] Daar ging hij een grot binnen en overnachtte er. Toen kwam het woord van de HEER tot hem: ‘Waarom bent u hier, Elia?’

[19,10] Hij antwoordde: ‘Omdat ik mij met al mijn ijver ingezet heb voor de HEER, de God van de machten. De Israëlieten hebben uw verbond met voeten getreden, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood; ik alleen ben overgebleven en mij staan ze naar het leven.’

[19,11] Maar de HEER zei: ‘Ga naar buiten en treed voor de HEER op de berg.’ Toen trok de HEER voorbij. Er ging een zeer zware storm voor de HEER uit die bergen deed splijten en rotsen verbrijzelde. Maar de HEER was niet in de storm. Op de storm volgde een aardbeving. Maar ook in de aardbeving was de HEER niet.

[19,12] Op de aardbeving volgde vuur. Maar ook in het vuur was de HEER niet. Op het vuur volgde het suizen van een zachte bries.

[19,13] Zodra Elia dit hoorde, bedekte hij zijn gezicht met zijn mantel, ging naar buiten en bleef staan bij de ingang van de grot. En toen klonk er een stem die hem vroeg: ‘Waarom bent u hier, Elia?’

Tweede lezing: Rom. 9,1-5

[9,1] Ik spreek de waarheid in Christus, ik lieg niet, mijn geweten waarborgt het mij in de heilige Geest:

[9,2] in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt.

[9,3] Waarlijk, ik zou wensen zelf vervloekt en van Christus gescheiden te zijn, als ik mijn broeders, mijn lijfelijke verwanten, daarmee kon helpen;

[9,4] ik bedoel de Israëlieten. Hun behoort het kindschap, de heerlijkheid, de verbonden, de wetgeving, de eredienst en de beloften;

[9,5] van hen zijn de aartsvaders en uit hen komt Christus lijfelijk voort, Hij die God is, boven alles verheven en geprezen tot in eeuwigheid! Amen.

Evangelie: Mt. 14,22-33

[14,22] Meteen hierna dwong Hij de leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.

[14,23] Toen Hij de mensen had weggestuurd, ging Hij de berg op om te bidden, Hij alleen. Toen het avond geworden was, was Hij daar nog alleen.

[14,24] Toen de boot al veel stadiën uit de kust was, had die het zwaar te verduren van de golven, omdat de wind tegenzat.

[14,25] Op het einde van de nacht ging Hij lopend over het meer naar hen toe.

[14,26] Toen de leerlingen Hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. ‘Een spook!’, riepen ze, en ze schreeuwden van angst.

[14,27] Meteen zei Jezus: ‘Rustig maar, Ik ben het. Wees niet bang.’

[14,28] Petrus gaf Hem ten antwoord: ‘Heer, als U het bent, laat me dan over het water naar U toekomen.’

[14,29] Hij zei: ‘Kom.’ En Petrus stapte overboord, liep over het water en kwam naar Jezus toe.

[14,30] Toen hij lette op de kracht van de wind, werd hij bang, en toen hij begon te zinken, schreeuwde hij: ‘Heer, red me.’

[14,31] Meteen stak Jezus zijn hand uit en greep hem vast. Hij zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’

[14,32] Toen ze in de boot gestapt waren, ging de wind liggen.

[14,33] De mensen in de boot vielen voor Hem op de knieën en zeiden: ‘Werkelijk, U bent de Zoon van God.’



< terug naar overzicht

19e zondag door het jaar (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen