Preken Online

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home A-cyclus Door het jaar 10e-21e zondag 16e zondag 16e zondag door het jaar (A)
Liturgische kalender: 16e zondag door het jaar (A)

Preken op de site

Vieringen op de site

Vieringen om de downloaden

OVERZICHT

Eerste lezing: Wijsh. 12,13-19

[12,13] Buiten U is er immers geen God die zorg draagt voor iedereen, zodat U zou moeten bewijzen dat U niet onrechtvaardig gevonnist hebt.

[12,14] Ook is er geen koning of heerser die U kan trotseren wanneer U iemand gestraft hebt.

[12,15] Omdat U rechtvaardig bent, bestuurt U alles rechtvaardig; iemand veroordelen die geen straf verdient acht U onverenigbaar met uw macht.

[12,16] Want uw kracht is de bron van de gerechtigheid en uw heerschappij over iedereen maakt dat U iedereen spaart.

[12,17] Waar niet wordt geloofd in de volkomenheid van uw macht, daar toont U uw kracht en bij degenen die haar kennen beschaamt U de vermetelheid.

[12,18] U hebt de heerschappij over de kracht, U oordeelt met zachtheid en regeert met grote mildheid over ons, want wanneer U maar wilt, staat de macht tot uw dienst.

[12,19] Door zo te doen hebt U uw volk geleerd dat de rechtvaardige menslievend moet zijn en hebt U uw zonen goede hoop gegeven dat U gelegenheid tot inkeer geeft waar gezondigd wordt.

Tweede lezing: Rom. 8,26-27

[8,26] Evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp. Want wij weten niet eens hoe wij behoren te bidden, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen.

[8,27] En Hij die de harten doorgrondt, weet wat de Geest bedoelt, want Hij pleit voor de heiligen naar Gods bedoeling.

Evangelie: Mt. 13,24-43

[13,24] Nog een gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met iemand die goed zaad op zijn akker had gezaaid.

[13,25] Toen iedereen sliep, kwam zijn vijand, zaaide onkruid tussen de tarwe en ging weer weg.

[13,26] Toen het gewas opschoot en vrucht zette, kwam ook het onkruid tevoorschijn.

[13,27] De knechten van de eigenaar kwamen hem zeggen: “Heer, hebt u geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?”

[13,28] Hij zei hun: “Een vijandig mens heeft dat gedaan.” De knechten vroegen hem: “Zullen we het er dan maar uit gaan halen?”

[13,29] Maar hij zei: “Nee, want als jullie het onkruid eruit halen, trek je tegelijk de tarwe eruit.

[13,30] Laat ze samen opgroeien tot de oogst, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Haal eerst het onkruid bijeen en bind het in bussels om het te verbranden, maar verzamel de tarwe in mijn schuur.” ’

[13,31] Nog een gelijkenis hield Hij hun voor: ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met een mosterdzaadje, dat iemand op zijn akker zaaide.

[13,32] Dat is wel het kleinste van alle zaden, maar als het is opgeschoten, is het groter dan de struiken en wordt het een boom, zodat de vogels van de hemel in zijn takken komen nestelen.’

[13,33] Nog een gelijkenis vertelde Hij hun: ‘Met het koninkrijk der hemelen gaat het als met zuurdesem, die door een vrouw in drie maten meel werd verwerkt, totdat het er helemaal van doortrokken was.’

[13,34] Dat alles vertelde Jezus in gelijkenissen aan de menigte en zonder gelijkenis vertelde Hij hun niets.

[13,35] Zo werd vervuld wat gezegd is bij monde van de profeet: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen, Ik zal uitspreken wat verborgen was vanaf de grondvesting van de wereld.

[13,36] Toen stuurde Hij de menigte weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij Hem en zeiden: ‘Leg ons het beeld uit van het onkruid op de akker.’

[13,37] Hij antwoordde: ‘De zaaier van het goede zaad is de Mensenzoon.

[13,38] De akker is de wereld. Het goede zaad, dat zijn de kinderen van het koninkrijk. Het onkruid, dat zijn de kinderen van de boze.

[13,39] De vijand die het zaaide, is de duivel. De oogst is de voleinding van de tijd en de maaiers zijn de engelen.

[13,40] Zoals nu het onkruid bijeen wordt gehaald en in het vuur verbrand wordt, zo zal het zijn bij de voleinding van de tijd.

[13,41] De Mensenzoon zal zijn engelen uitsturen en die zullen uit zijn koninkrijk allen bijeenbrengen die anderen ten val brengen en onrecht bedrijven,

[13,42] en ze zullen hen in de vuuroven gooien. Het zal daar een gejammer zijn en een tandengeknars.

[13,43] Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft, moet horen.



< terug naar overzicht

16e zondag door het jaar (A)

Aanmelden

Wie is online?

Geen