[6,3] Wij willen de HEER liefhebben. Wij willen moeite doen om Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad verschijnt zo verschijnt Hij en komt Hij over ons als de regen, als de lenteregen die de aarde drenkt.’
[6,4] Wat moet Ik met u beginnen, Efraïm? Wat moet Ik met u beginnen, Juda? Uw liefde is als de ochtendnevel, als de dauw die vroeg in de ochtend verdwijnt.
[6,5] Daarom heb Ik op hen ingeslagen door de profeten, heb Ik hen afgeslacht met mijn woorden: mijn oordeel brak door als het licht.
[6,6] Want barmhartigheid wil Ik, en geen offer, en meer dan brandoffers, wil Ik kennis van God.
[4,18] Tegen alle hoop in heeft hij gehoopt, en hij heeft geloofd dat hij vader zou worden van vele volken, zoals hem gezegd was: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.
[4,19] Zijn geloof verflauwde niet, toen hij, de honderdjarige, dacht aan zijn eigen afgeleefd lichaam en aan de dorre schoot van Sara.
[4,20] Hij twijfelde geen ogenblik aan Gods belofte. Integendeel, hij heeft God geëerd door de kracht van zijn geloof,
[4,21] door zijn vaste overtuiging dat Hij bij machte is te volbrengen wat Hij heeft toegezegd.
[4,22] Daarom werd het hem als gerechtigheid aangerekend.
[4,23] De woorden ‘het werd hem aangerekend’ werden niet alleen neergeschreven in verband met hem,
[4,24] maar ook in verband met ons, wie het geloven eveneens zal worden aangerekend, omdat wij geloven in Hem die Jezus onze Heer uit de doden heeft opgewekt:
[4,25] Jezus, die is overgeleverd vanwege onze overtredingen en is opgewekt ter wille van onze rechtvaardiging.
[9,9] Toen Jezus vandaar verder ging, zag Hij iemand bij het tolkantoor zitten, die Matteüs heette, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij.’ Hij stond op en volgde Hem.
[9,10] Nu kwamen er bij een maaltijd in zijn huis vele tollenaars en zondaars aan tafel, samen met Jezus en zijn leerlingen.
[9,11] Toen de farizeeën dat zagen, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’
[9,12] Hij hoorde dat en zei: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke wel.
[9,13] Ga heen, u moet maar eens leren wat dit zeggen wil: Barmhartigheid wil Ik en geen offer. Want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40