[34,4] Mozes kapte twee stenen platen, gelijk aan de vorige. De volgende ochtend beklom hij in alle vroegte de Sinai, zoals de HEER hem bevolen had. De twee stenen platen nam hij mee.
[34,5] De HEER daalde neer in een wolk, kwam bij hem staan en riep de naam HEER uit.
[34,6] De HEER ging hem voorbij en riep: ‘HEER! De HEER is een barmhartige en genadige God, geduldig, groot in liefde en trouw,
[34,8] Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer.
[34,9] Toen sprak hij: ‘Och Heer, wees zo goed en trek dan met ons mee. Dit volk is wel halsstarrig, maar vergeef ons onze ongerechtigheden en zonden, en beschouw ons als uw eigen bezit.’
[13,11] En nu, broeders en zusters, vaarwel! Laat alles weer goed komen, neem mijn vermaning ter harte, wees eensgezind, bewaar de vrede, en de God van liefde en vrede zal met u zijn.
[13,12] Groet elkaar met de heilige kus. U groeten alle heiligen.
[13,13] De genade van de Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de heilige Geest zij met u allen.
[3,16] Zoveel immers heeft God van de wereld gehouden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven bezit.
[3,17] Want God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de wereld te redden.
[3,18] Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat Hij niet geloofd heeft in de naam van de eniggeboren Zoon van God.
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40