Geen documenten gevonden
[35,1] Laat de woestijn en het dorre land zich verheugen, de wildernis jubelen en bloeien,
[35,2] weelderig bloeien als de krokus; laat haar uitbundig juichen en jubelen. Zij wordt getooid met de glorie van de Libanon, de luister van Karmel en Saron. Dan zal men de glorie van de HEER zien, de luister van onze God.
[35,3] Geef de zwakke handen weer kracht, maak de bevende knieën sterk.
[35,4] Zeg tegen iedereen die radeloos is: ‘Houd moed, wees niet bang, hier is uw God, Hij brengt de wraak mee, de goddelijke vergelding, Hij komt u redden.’
[35,5] Dan worden de ogen van de blinden geopend en de oren van de doven geopend.
[35,6] Dan danst de kreupele als een hert en juicht de tong van de stomme. En water welt op in de woestijn, rivieren in het dorre land.
[35,10] De verlosten van de HEER keren terug; met gejubel zullen zij Sion binnenkomen, hun hoofd met eeuwige vreugde gekroond. Blijdschap en vreugde zullen hun tegemoetkomen, droefheid en gezucht zullen wegvluchten.
[5,7] Heb dus geduld, broeders en zusters, tot de komst van de Heer. De boer die uitziet naar de kostelijke vrucht van zijn land, kan alleen maar geduldig wachten, totdat in de herfst en het voorjaar de regen valt.
[5,8] U moet ook geduldig zijn, en moedig, want de komst van de Heer is dichtbij.
[5,9] Broeders en zusters, klaag elkaar niet aan; anders valt u zelf onder het oordeel. Denk eraan: de rechter staat al voor de deur.
[5,10] Broeders en zusters, neem een voorbeeld aan de lijdzaamheid en het geduld van de profeten, die gesproken hebben in de naam van de Heer;
[11,2] Toen Johannes in de gevangenis hoorde over de daden van de Messias, liet hij Hem bij monde van zijn leerlingen vragen:
[11,3] ‘Bent U het die komen zou, of hebben we een ander te verwachten?’
[11,4] Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ga Johannes vertellen wat u hoort en ziet:
[11,5] Blinden zien weer en kreupelen lopen, melaatsen worden rein en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de goede boodschap verkondigd.
[11,6] Gelukkig degene die geen aanstoot aan Mij neemt.’
[11,7] Toen ze vertrokken, begon Jezus tegen de mensen over Johannes te spreken: ‘Waarom bent u naar de woestijn gegaan? Om naar riet te kijken dat beweegt met de wind?
[11,8] Waarom ging u dan? Om iemand in verfijnde kleren te zien? Mensen die verfijnde kleren dragen, vind je in de paleizen van de koningen.
[11,9] Maar waarom ging u dan? Om een profeet te zien? Ja, zeg Ik u, zelfs meer dan een profeet.
[11,10] Hij is het over wie geschreven staat: Zie, Ik zend mijn bode voor u uit, om voor u de weg te banen.
[11,11] Ik verzeker u, onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Maar de kleinste in het koninkrijk der hemelen is groter dan hij.
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40