11e zondag dh jaar

Gebruikerswaardering:  / 0
ZwakZeer goed 

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allen van harte welkom. Feest van het heilig Sacrament. Wij hebben zoveel van God ontvangen: ons eigen leven; de wereld waarin wij leven met alle moois van de natuur. Onze ouders, kinderen en kleinkinderen, andere familie en vrienden, van wie wij genegenheid en vriendschap mogen ontvangen.

Maar de mooiste gave is Gods eigen aanwezigheid in deze wereld, ja, in ons eigen leven, onder de gedaante van brood en wijn. Herkennen wij onze Schepper, die zich verborgen heeft in zijn eigen schepping, brood en wijn?

God geeft zich ... omdat Hij bij ons wil zijn. God geeft zich ... om ons tot voorbeeld te zijn. God wil, dat alle mensen van de wereld voor elkaar openstaan. Als alle mensen zouden zijn als Jezus Christus in de Eucharistie, hoefde er nergens oorlog te zijn, zou er geen honger zijn.

Voor de keren, dat wij te weinig eerbiedig zijn omgegaan met Jezus in de eucharistie, voor de keren, dat wij te weinig hebben opengestaan voor elkaar, vragen wij samen vergeving.

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. God, voor hen die Gij bemint, is niets zo dierbaar als uw blijvende aanwezigheid. Uw Zoon heeft ons zijn Lichaam en zijn Bloed gegeven, het grote teken van het nieuw verbond. Laat de gedachtenis aan zijn lijden, dood en opstanding ons steeds voor ogen staan, als wij rondom uw heilige tafel eten van dit brood en drinken uit deze beker. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon ... .

PREEK

"De dag begon ten einde te lopen", zegt het evangelie. Jezus had uren lang met de mensen gesproken over God en wat de mensen betrof, mocht Hij nog wel even doorgaan. Zij waren van alle kanten gekomen om naar Hem te luisteren. Stads- en dorpsmensen, net als jullie en ik, gewend aan een zekere luxe, lopen die kale woestijn in zonder wat dan ook bij zich. Het laatste wat je verwacht.

Jezus Christus weet dat de mensen in de woestijn zijn omwille van Hem. Zij hebben hun zieken meegebracht en Hij heeft ze genezen. Zij kwamen zonder iets, en nu lijden ze honger.

Maar, broeders en zusters, het was echt niet ten gevolge van een zonnesteek, dat al deze mensen zonder enige mondvoorraad de woestijn waren ingetrokken. Er was iets in die mens Jezus Christus dat hen geraakt had en meegesleurd. Zij waren in de ban geraakt. Zij stelden hun vertrouwen op Hem. Zij waren vol verwachting. Op gegeven moment waren zij gewoon opgehouden met afwegen en uitrekenen. Zij waren zo maar op stap gegaan, Hem achterna, ver van hun huis, tot in de woestijn.

De apostelen echter hadden wel gerekend. Er waren wel 5000 mannen, vrouwen en kinderen niet meegerekend. En het was al laat op de dag. Onmogelijk om nog iets te organiseren. Zij voelden zich verplicht hun Meester hierop te wijzen. En er was nog maar één verstandige beslissing: stuur de mensen weg naar de omliggende dorpen.

Inderdaad een verstandig voorstel, maar niet een gelovig idee. De apostelen vergaten, dat vroeger een nog veel groter Joods volk wel veertig jaar lang in de woestijn had rondgezworven zonder eten en drinken en dat God toen ook voor hen had gezorgd.

Ook toen, bij die Uittocht uit Egypte, waren er voortdurend mensen die betwijfelden of God hen wel zou kunnen voeden in de woestijn, maar God had hen geen moment in de steek gelaten.

Ook hier zijn er twijfelende mensen, de apostelen. Maar er zijn ook mensen, die niet geredeneerd hebben en enkel geluisterd hebben naar de woorden van God. Zij voelden zich met Jezus Christus verbonden. En ... Jezus voelde zich met hen verbonden, met hen en met hun nood, want ook Hij wist natuurlijk ook wel dat het etenstijd was.

Broeders en zusters, als mensen in een noodsituatie vertrouwen op Gods goedheid, dan is deze noodsituatie a.h.w. een woestijn waar God aanwezig is.

En zo gaat Jezus Christus ook met ons om. Als ook wij of onze kinderen en kleinkinderen in nood komen, ziekte, werkeloosheid, eenzaamheid, onvrede met medemensen, angst voor de toekomst, dan vraagt Hij ons om in die woestijn niet in paniek te raken. Hij hoopt dat wij niet met bruut geweld optreden ten koste van medemensen om onszelf te redden. Nee, Hij is bijzonder aanwezig in die woestijn. Hij wacht daar op ons om ons op zijn manier te helpen. Er is voldoende kracht, liefde en wijsheid voor iedereen. Er blijft zelfs nog over, zoals er na het wonder ook twaalf korven met brokken overbleven.

Beste mensen, het eucharistische maal is één van die wonderen, die de Heer steeds maar weer voor ons herhaalt, iedere dag opnieuw. Wij zien en horen een priester, maar het is de Heer zelf, die het brood neemt en breekt, God dankt en zegt: Neemt, dit is mijn Lichaam, voor u.

Hij is in ons midden. Wij mogen eten aan zijn tafel, zo dikwijls wij maar willen. Midden in deze grote wereld van eenzaamheid is een bron waar ononderbroken Gods genade opborrelt. Al voelen wij ons nog zo verlaten, wij hoeven nooit zonder hulp te zijn. God is er, juist daar waar wij denken alleen te zijn.

Wij vieren iedere zondag de eucharistie. Laten wij echter op dit sacramentsfeest God eens heel bijzonder danken voor deze grootse gave waardoor Hij onder ons aanwezig is en met ons door het leven gaat. Vragen wij, dat wij nooit ons geloof in dit sacrament verliezen.

Paaszondag (A)

  • Eerste lezing: Hnd. 10,34.37-43
  • Tweede lezing: Kol. 3,1-4
  • Evangelie: Joh. 20,1-9
  • Preken: 40
  • Vieringen: 1
  • Downloads:

2e zondag in de paastijd (A)

  • Eerste lezing: Hnd. 2,42-47
  • Tweede lezing: 1 Petr. 1,3-9
  • Evangelie: Joh. 20,19-31
  • Preken: 41
  • Vieringen: 3
  • Downloads: