Preken op de site
- Bart Verreijt (Parochie Sint Franciscus Xaverius, Amersfoort): Tweede Paasdag (2008)
- Hein Jan van Ogtrop (Kathedraal Sint Bavo): 2e Paasdag (2002)
- Michel Hagen: Zien en getuigen (2002)
Vieringen op de site
Geen teksten gevonden
Vieringen om de downloaden
Geen documenten gevonden
Eerste lezing: Hnd. 2,14.22-32
[2,14] Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden!
[2,22] Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.
[2,23] Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht.
[2,24] Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.
[2,25] David zegt immers over Hem: Steeds hield ik mij de Heer voor ogen, want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.
[2,26] Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong, ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen,
[2,27] want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien.
[2,28] U hebt mij wegen ten leven gewezen en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.
[2,29] Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen dat hij gestorven en begraven is; tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons.
[2,30] Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op zijn troon,
[2,31] sprak hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias: dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten en zijn lichaam geen bederf zou zien.
[2,32] God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen.
Tweede lezing:
Evangelie: Mt. 28,8-15
[28,8] Ze gingen snel van het graf weg, vol angst en met grote vreugde, en ze liepen hard om het aan zijn leerlingen te vertellen.
[28,9] En zie, Jezus kwam hun tegemoet. ‘Gegroet’, zei Hij. Ze gingen naar Hem toe, grepen Hem bij de voeten vast en vielen voor Hem op de knieën.
[28,10] Toen zei Jezus hun: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan. Daar zullen ze Mij zien.’
[28,11] Ze waren nog onderweg toen enkelen van de wacht naar de stad gingen om aan de hogepriesters alles te vertellen wat er was voorgevallen.
[28,12] Die kwamen samen met de oudsten en namen een besluit. Ze gaven de soldaten een flink bedrag,
[28,13] met de opdracht: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn Hem ’s nachts komen stelen terwijl wij sliepen.”
[28,14] Als dat de gouverneur ter ore komt, zullen wij hem wel bepraten, zodat jullie je geen zorgen hoeven te maken.’
[28,15] Ze namen het geld aan en handelden volgens deze aanwijzingen. En dit verhaal gaat rond onder de Joden tot op de dag van vandaag.
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40
< terug naar overzicht





