Preken op de site
- Frank Domen: 4e zondag paastijd (2011)
- Romain Debbaut: 4e zondag in de paastijd A - 2011
- Gie (De Preekploeg Sint-Anna Ten Drieën): Herder
- Bruno Jacobs: De goede herder - 2011
- Harrie Brouwers: Aangesproken worden (2011)
- Antoine Rubbens: Leven in overvloed (2011)
- Bob verlackt: joh 10,1-11 de herder de deur en de volheid
- Hans van de Laar (Lidwina parochie): Stemmen (2008) Roepingenzondag
- Henk Tolboom: 4e zondag in de paastijd (2008)
- Michel Hagen: 4e zondag van Pasen A (2008)
- Harrie Brouwers: Heilig of laf (2008)
- Frank Domen: 4de zondag van Pasen (2008)
- T.K. (Abdij Sint Adelbert, Egmond): 4e zondag van Pasen (2008)
- Ria (De Preekploeg Sint-Anna Ten Drieën): De Goede Herder (2008)
- Trudy Vester (Parochie Sint Franciscus Xaverius, Amersfoort): E
- Hein Jan Van Ogtrop (Kathedraal Sint Bavo): De poort naar een nieuwe toekomst (2008)
- Colm Dekker (Parochie Sint-Lucas, Amsterdam): Getuigen van de goede herder (2008)
- Lut Lemmens (De Filosofenfontein): Leven in verbondenheid (2008)
- Nies Van Lier: 4e paaszondag A (2008)
- Rik Renckens: Roepingenzondag (2008)
- Frans Vos: 4e zondag na Pasen (2008)
- Stichting Sint-Athanasius: Vierde zondag van Pasen A (2008)
- Hans Callaert: Evangelieprikje(2008)
- federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge (Ward Vanoverbeke): Pastor Bonus (2008)
- Romain Debbaut: 4e zondag in de paastijd A - 2008
- Geert Dedecker: (S)preekwijzer: Herderen in een interculturele context (2008)
- Frans Gheysen: Roepingenzondag (2008)
- J. Andersen (Preek van de week - Dominicanen): De deur voor de schapen (2008)
- Herman (Bie) Boon: Vierde Paaszondag (2008)
- Paul Ghyssaert: Roepingenzondag (2008)
- Fons Van Dijck: 4e zondag in de paastijd (2005)
- B.J. De Clercq (Preek van de week - Dominicanen): De roeping van een nieuwe herder (2005)
- Georges Devinck (Preek van de week - Dominicanen): Herderschap (2005)
- Harrie Brouwers: Heilige Geest in conclaaf (2005)
- Richard Schreurs (Lidwina parochie): Germiste roeping (2005) Roepingenzondag
- Michel Hagen: Zondag van de Goede Herder (2005)
- Jozef Kleyn: 4e zondag in de paastijd A (2005)
- Romain Debbaut: 4e zondag in de paastijd A - 2005
- Nikita Skatchkoff: 4e zondag in de paastijd A (2005)
- Frans Mistiaen: Geroepen om herders te worden, die een deur op het leven openen (2005)
- Henk Tolboom: 4e zondag in de paastijd (2005)
- Harrie Brouwers: Reputatie naar de knoppen (2002)
- Michel Hagen: Vrede brengen (2002)
- Manu Verhulst: 4e zondag in de paastijd (2002)
- Romain Debbaut: 4e zondag in de paastijd A - 2002
- Henk Tolboom: 4e zondag in de paastijd (2002)
- Harrie Brouwers: De wijde horizon van de herder (1999)
- Henk Tolboom: 4e zondag in de paastijd (1999)
- Manu Verhulst: Goede Herder
- Federatie Herent: Een deur die plots opengaat
- Federatie Herent: Herder zijn
- Federatie Herent: 4e zondag in de paastijd A
- Federatie Herent: 4e zondag in de paastijd A
- Federatie Herent: Ik ben de deur
- Federatie Herent: Ik ben de deur die openstaat
- Federatie Herent: Open de deur voor Jezus
- Federatie Herent: Ik ben de deur
- Federatie Herent: Opendeurdagen
- Federatie Herent: 4e zondag in de paastijd A
- Federatie Herent: Hem kennen
- Federatie Herent: Bij naam
Vieringen op de site
- Henri Verstraete: 4e zondag in de paastijd A (2008)
Vieringen om de downloaden
OVERZICHT- Claire Boelens: Herder zijn (2008)
Eerste lezing: Hand. 2,14-41
[2,14] Toen trad Petrus met de elf naar voren, verhief zijn stem en sprak hen als volgt toe: ‘Joden, inwoners van Jeruzalem, dit moet u allen weten, luister aandachtig naar mijn woorden!
[2,15] Want deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt – het is trouwens pas het derde uur van de dag –
[2,16] maar hier gebeurt wat gezegd is door de profeet Joël:
[2,17] En het zal gebeuren in de laatste dagen, zegt God, dat Ik mijn Geest zal uitgieten over alle mensen; uw zonen en uw dochters zullen profeteren, de jongeren onder u zullen visioenen zien en de ouderen zullen dromen dromen;
[2,18] ja, over mijn dienaren en mijn dienaressen zal Ik in die dagen mijn Geest uitgieten, en zij zullen profeteren.
[2,19] Ik zal wonderen verrichten aan de hemel boven en tekenen op de aarde beneden: bloed en vuur en walmende rook.
[2,20] De zon zal veranderen in duisternis en de maan in bloed, voordat de dag van de Heer komt, de grote en stralende dag.
[2,21] Dan zal het gebeuren dat ieder die de naam van de Heer aanroept, gered zal worden.
[2,22] Israëlieten, luister naar deze woorden! Jezus de Nazoreeër is u van Godswege aangewezen door machtige daden, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden heeft verricht, zoals u zelf weet.
[2,23] Volgens Gods vastgestelde plan en met zijn voorkennis is Hij uitgeleverd en hebt u Hem door de hand van wetteloze mensen aan het kruis geslagen en omgebracht.
[2,24] Maar God heeft Hem laten opstaan door een eind te maken aan de weeën van de dood, want het was onmogelijk dat Hij door de dood werd vastgehouden.
[2,25] David zegt immers over Hem: Steeds hield ik mij de Heer voor ogen, want Hij staat mij terzijde opdat ik niet zou wankelen.
[2,26] Daarom verheugde zich mijn hart en jubelde mijn tong, ja, ook mijn lichaam zal op die verwachting een huis bouwen,
[2,27] want U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw heilige geen bederf laten zien.
[2,28] U hebt mij wegen ten leven gewezen en U zult mij overstelpen met vreugde in uw nabijheid.
[2,29] Broeders, ik mag over de aartsvader David wel ronduit tegen u zeggen dat hij gestorven en begraven is; tot op de dag van vandaag bevindt zijn graf zich bij ons.
[2,30] Omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede gezworen had dat Hij een van zijn nazaten zou laten zetelen op zijn troon,
[2,31] sprak hij met vooruitziende blik over de opstanding van de Messias: dat Hij niet aan het dodenrijk zou worden overgelaten en zijn lichaam geen bederf zou zien.
[2,32] God heeft deze Jezus laten opstaan; daarvan zijn wij allen de getuigen.
[2,33] Verhoogd aan Gods rechterhand heeft Hij de beloofde heilige Geest van de Vader ontvangen en uitgegoten; en dat is wat u ziet en hoort.
[2,34] David is immers niet ten hemel opgestegen; zelf zegt hij juist: De Heer heeft tot mijn Heer gezegd: Ga zitten aan mijn rechterhand,
[2,35] totdat Ik uw vijanden als een voetbank voor uw voeten heb gelegd.
[2,36] Dus moet heel het huis Israël zeker weten dat God Hem tot Heer en Messias heeft aangesteld, deze Jezus, die u hebt gekruisigd.’
[2,37] Toen zij dit hoorden kromp hun hart ineen en ze zeiden tegen Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten wij doen, broeders?’
[2,38] Petrus zei tegen hen: ‘Bekeer u! Ieder van u moet zich laten dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden. Dan zult u de gave van de heilige Geest ontvangen.
[2,39] De belofte geldt immers voor u en uw kinderen, en voor allen ver weg, die de Heer onze God erbij zal roepen.’
[2,40] Met nog vele andere woorden getuigde hij, en hij spoorde hen aan met de woorden: ‘Laat u redden uit dit ontaarde geslacht!’
[2,41] Zij die zijn woord aannamen, lieten zich dopen; en op die dag sloten zich ongeveer drieduizend mensen aan.
Tweede lezing: 1 Petr. 2, 20-25
[2,20] Wat voor bijzonders is het om slagen te verdragen die men verdiend heeft? Maar geduldig verdragen dat u te lijden hebt vanwege uw goede daden, dát is het wat God behaagt.
[2,21] En het is ook uw roeping, want Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; u moet in zijn voetstappen treden.
[2,22] Hij heeft geen zonde gedaan en in zijn mond is geen bedrog gevonden.
[2,23] Als Hij uitgescholden werd, schold Hij niet terug. Als men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.
[2,24] In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen, opdat wij afsterven aan de zonden en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen bent u genezen.
[2,25] Want u was verdwaald als schapen, maar nu bent u bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.
Evangelie: Joh. 10,1-10
[10,1] Waarachtig, Ik verzeker u: wie niet door de deur de hof van de schapen binnenkomt, maar naar binnen klimt op een andere plaats, kan alleen maar een dief zijn en een bandiet.
[10,2] Wie wel door de deur binnenkomt, is de herder van de schapen.
[10,3] Voor hem doet de deurwachter open en de schapen horen zijn stem. Zijn schapen roept hij ieder bij zijn naam, en hij brengt ze naar buiten.
[10,4] En als hij zijn schapen allemaal naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen.
[10,5] Een vreemde echter zullen ze nooit volgen; integendeel, ze gaan voor hem op de vlucht, omdat ze de stem van vreemden niet kennen.’
[10,6] In deze versluierende taal sprak Jezus hen toe, maar ze begrepen niet wat Hij hun te zeggen had.
[10,7] Jezus ging dus verder: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: Ik ben de deur voor de schapen.
[10,8] Al degenen die vóór Mij zijn gekomen, zijn dieven en bandieten, naar hen hebben de schapen niet geluisterd.
[10,9] Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered worden: die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden.
[10,10] Een dief komt alleen maar om te roven en te slachten, en om verloren te laten gaan; Ik ben gekomen opdat ze leven mogen bezitten, en wel in overvloed.
© Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch, 1995.
Er mogen niet meer dan 50 verzen geciteerd worden zonder schriftelijke toestemming!
Indien u deze tekst wil overnemen op een document, gelieve contact op te nemen met:
Katholieke Bijbelstichting
Postbus 1274
5200 BH \'s-Hertogenbosch
T +31 (0)73 613 32 20
F +31 (0)73 691 01 40
< terug naar overzicht





